U bent hier: Home Project Derde veldbezoek aan het grensoverschrijdende stroomgebied van de Othene
Document Acties

Derde veldbezoek aan het grensoverschrijdende stroomgebied van de Othene

Dit veldbezoek gaf ons de kans om zicht te krijgen op het kreekherstelproject van Othene-Zuidoost.

Foto 1: Presentatie OtheneIn het ochtendgedeelte kregen we een toelichting over het ontstaan van het gebied, aangevuld met een beschrijving van de huidige toestand.

Zeeland bestond oorspronkelijk uit duinen en veen die het gebied tegen de zee beschermden. Sinds 1100 voor Christus daalde het bodempeil, vooral door ontwatering en turfwinning door de bewoners. Door vele overstromingen veranderde het gebied in veel kleine eilandjes waarbij het veen werd weggeslagen en klei werd afgezet. De gebieden werden doorsneden door kreken die in contact stonden met de zee. Deze kreken kwamen later hoger in het landschap te liggen doordat een kreek wordt opgevuld met zand als de stroming ophoudt. Het zand verliest geen volume maar het omliggende veen wel. De Otheense kreek heeft een uitzonderlijke geomorforlogie; het gebied bestaat uit Pleistocene dekzanden waar door een kreekdoorbraak getijdenafzettingen zijn afgezet. Deels zijn de dekzanden overspoeld door klei. Al deze gradiënten dicht bij elkaar maakt dit kreekgebied uniek in zijn soort. Veel ScaldWIN-partners waren niet vertrouwd met dit type. Voor de aanwezige lokale partners werd ook het project ScaldWIN belicht zodat zij de lokale aanpak in een bredere context konden plaatsen.
Om tot de beste oplossing te komen voor de opheffing van de vismigratieknelpunten is een watersysteemanalyse uitgevoerd waaruit gebleken is dat in delen van het gebied een verhoging van het waterpeil mogelijk is. In Nederland wordt traditioneel met behulp van stuwen het waterpeil gestuurd. Daarbij wordt er meestal een tegennatuurlijk peil ingesteld dat hoger is in de zomer dan in de winter. Het verschil is, gemiddeld over het gehele beheergebied 15 cm, maar kan in enkele peilgebieden oplopen tot 50cm. Dit gebeurt om de gronden te vrijwaren van winterse overstromingen en toch voldoende vocht te geven in de zomer. Omdat dit niet gunstig is voor de natuurwaarden, wordt er gestreefd naar een vermindering van verschil in waterpeil tussen winter en zomer van max. 20 cm.
Als het peil in het gebied verhoogd wordt, kunnen er een aantal stuwen verwijderd worden waardoor er een groot gebied met eenzelfde waterpeil ontstaat. Het watersysteem wordt hierdoor meer robuust en zowel landbouw als natuur in dit gebied zullen een betere waterhuishouding krijgen. Binnen dit gebied zijn er voor vissen geen barrières meer.
Stroomafwaarts wordt de stuw bij de Buthduiker passeerbaar gemaakt, evenals stroomopwaarts bij de stuw aan de Moerspuise watergang, richting Vlaanderen. De vispassage die gepland is voor de Buthduiker is inmiddels gereed, maar nog niet geplaatst. Er is daarvoor rekening gehouden met de kleinste migrerende vissoort, de driedoornige stekelbaars. Om het niveauverschil te overbruggen, werd een vistrap ontworpen met 19 kamers en een rustkamer. Ook grotere soorten zullen deze vispassage kunnen gebruiken. Foto 7: Vispassage Othene
De investeringen binnen het ScaldWIN-project passen in een globale gebiedsvisie die ook het architecturale landschap tot zijn recht wil laten komen evenals de historische en culturele waarde van de omgeving. Hiervoor wordt samengewerkt met de Provincie Zeeland en Staatsbosbeheer Zeeuws-Vlaanderen. In deze streek zijn er veel overblijfselen van de Tachtigjarige oorlog, de opstand tussen de Nederlanden en het Spaanse rijk (1568 – 1648). Op het terrein werden reeds vele herstellingswerken ondernomen om de Staats-Spaanse linies weer tot hun recht te laten komen.

Na een ochtend vol interessante uitleg en een gevulde maag konden we met een oranje bus (we zijn tenslotte in Nederland) op het terrein gaan kijken wat dit concreet zal betekenen voor de regio.

Foto 8: Landschap OtheneWe ontdekten een hele mooie omgeving, die nog extra in de verf werd gezet door het prachtige weer. We bezochten de Buthstuw aan de Axelse kreek en maakten een lange wandeling via de Staats-Spaanse Linie (en de gerestaureerde forten van Staatsbosbeheer Zeeuws-Vlaanderen) tot aan de Moerspuise watergang en de laatste stuw voor de Belgische grens. Deze zal niet verwijderd worden maar het niveauverschil zal opgeheven worden op voorwaarde dat een aantal laaggelegen akkers aangekocht kan worden om die om te vormen tot natuurgebied. Deze omvorming tot natte natuur voorkomt dat door verhoging van het waterpeil de huidige akkers gedeeltelijk onder water zullen  komen te staan.

Niet alleen leerden we veel bij van dit deel van het project maar de wandeling was ook de uitgelezen gelegenheid om het contact tussen de verschillende ScaldWIN-partners te vergroten. Aan het einde van de wandeling bracht onze oranje bus ons terug naar Terneuzen.

Ons volgende bezoek is voor de laatste partner die concrete investeringen voor vismigratie gepland heeft. Op 20 oktober 2011 zullen we de Oostelijke Dender in Wallonië bezoeken.