ScaldWIN Interim Seminarie 19 mei 2011 te Antwerpen
Op donderdag 19 mei werd in het Lindner hotel in Antwerpen de stand van zaken van het ScaldWIN project voorgesteld tijdens het Interim Seminarie.
Het seminarie kon rekenen op een ruime belangstelling uit de verschillende landen en regio’s van het stroomgebiedsdistrict van de Schelde en daarbuiten. Zowat 120 deelnemers werden tijdens een plenaire sessie in de voormiddag geïnformeerd over de realisaties binnen de verschillende werkpakketten van het project. Er werd ook vooruitgeblikt naar de investeringen en realisaties die op stapel staan in de komende twee jaar. In de namiddag werden de thema’s uit 4 werkpakketten verder uitgediept onder leiding van enkele externe experten. De uitwisseling met andere projecten en tussen experten met een verschillende achtergrond bleek erg verrijkend. Het Interim Seminarie was een geslaagd netwerkevenement en geeft alle betrokkenen goede moed om van ScaldWIN verder een succesverhaal te maken.
Presentaties
Plenair
- NL — Presentatie ScaldWIN, een project voor een betere waterkwaliteit (PDF - 1MB)
- NL — Presentatie WP1 (PDF - 1,8MB)
- NL — Presentatie WP1 - Studie van de impact van de klassering van waterlopen (PDF - 2,2MB)
- NL — Presentatie WP2: Verbetering van de ecologische kwaliteit van de waterlichamen door het beheer van sedimenten (PDF - 4,3MB)
- NL — Presentatie WP3 (PDF - 1,8MB)
- NL — Presentatie beheer van een grensoverschrijdende aquifer : studie aquifer van de kolenkalk (PDF - 568KB)
- NL — Presentatie Stand van zaken WP 4 (PDF - 431KB)
- NL — Presentatie WP5 - Bewustwording en betrokkenheid (PDF - 869KB)
Workshop 1: Vismigratie: uitwisseling met project Living North Sea
Het INBO (Instituut voor Natuur en Bosonderzoek) werd uitgenodigd om een uiteenzetting te doen over concrete gevallen van vismigratieknelpunten in Europa.
Johan Coeck stelde er de structuur, doelstellingen en partners van het Interreg IVB-North Sea Region project, genaamd "Living North Sea" voor. Dit project omvat meerdere deelprojecten waaronder één over de opvolging van de vispopulatie, één over getijdensluizen, één over pompgemalen, één over habitatherstel en een gids voor hydro-elektriciteit. Deze thema's leunen allemaal dicht aan bij WP1 en de presentatie die het INBO heeft getoond, kon de aanwezigen dan ook zeker boeien. De eerste presentatie betrof de schade toegebracht aan de palingpopulaties door de pompgemalen in de polders. Er werden vijf categorieën schade geïdentificeerd (van het verlies van schubben tot onthoofding), vervolgens werden de sterftecijfers verdeeld in functie van de verschillende vissoorten, waarbij de paling en snoek het meest getroffen zijn.
De tweede presentatie betrof een case study over het effect van de getijdensluizen op de glasaaltjes in de haven van Nieuwpoort. Het eerste probleem is niet biologisch; de sluizen zijn nuttige historische monumenten en mogen niet gewijzigd worden. Een deeloplossing zou men kunnen vinden in het beheer van het openzetten van de sluisdeuren om een doorgang voor de glasaaltjes mogelijk te maken. Om het effect van het openzetten van de sluisdeuren op de verziltingconcentraties in de IJzer te meten, werden verschillende methodes getest, parallel met de berekening van de bovenstroomse verziltingsgraad. Men kan besluiten dat het beheer van de sluisdeuren de doorgang van honderden glasaaltjes mogelijk maakt tegen een lage kostprijs, maar dat de gestelde doelstellingen helaas niet gehaald kunnen worden.
Na deze twee presentaties vond er een succesvolle uitwisseling tussen de aanwezigen plaats en werden er professionele contacten gelegd.
- EN — Presentation Living North Sea – Fish Migration from Sea to Source (PDF - 671KB)
Johan Coeck (INBO) - EN — Presentation Fish mortality caused by pumping stations - Focus on European eel (PDF - 1,7MB)
David Buysse (INBO) - EN — Presentation Glass eel migration at a tidal barrier in Nieuwpoort, Belgium (PDF - 2,1MB)
Ans Mouton (INBO) - EN — Presentation Fish migration - Exchange with Living North Sea project (PDF - 7,1MB)
Olivier Detrait (SPW - DRCE - DCENN)
Workshop 2: Sedimenten en erosie: uitwisseling met de projecten PROSENSOLS - ERRUISSOL - GISER
Workshop 2 verliep in 3 fasen:
- Presentatie van de projecten ERRUISSOL en GISER door mw. Degré, Prof. Ulg Gembloux AgroBioTech
- Presentatie van het project PROSENSOLS door Liesbet Serlet, Provincie West-Vlaanderen
- Een algemene discussie over de link tussen de problematiek van de landbouwerosie en de gevolgen daarvan inzake sedimentbeheer in de waterlopen
Projecten ERRUISSOL en GISER
Deze door het Waals Gewest gefinancierde projecten hebben het mogelijk gemaakt de risico's voor diffuse en geconcentreerde run-off die erosie teweegbrengen beter te omschrijven.
ERRUISSOL omvat 4 werkpakketten:
- Een regionale cartografie van de risico's voor diffuse en geconcentreerde erosie
- Een regionale cartografie waarbij de maximale debieten geschat kunnen worden, veroorzaakt door geconcentreerde run-off
- Een regionale cartografie waarbij de maximale sedimentenproductie kan worden geschat
- De omschrijving van de strategieën voor de bodembescherming, aangepast aan de regionale en locale context
GISER is een voortzetting van het voorgaande project. Het omvat ook 4 werkpakketten:
- Terreinwaarnemingen, metingen en modellering om de factoren van de universele vergelijking van het bodemverlies (USLE) aan de regionale context aan te passen
- Een focus op ravijnerosie en afzettingsgebieden
- De ontwikkeling van een kaartinstrument om de doorgesijpelde hoeveelheden en debietpieken die erosie teweegbrengen, en om de sedimentenproductie op bekkenniveau te berekenen.
- De oprichting van een GISER-Group om een technische ondersteuning te bieden aan de landbouwers die met deze problemen te kampen te hebben en om een database van erosieverschijnselen op te stellen.
Project PROSENSOLS
Dit project is eveneens een Interreg-project, geleid door de Provincie West-Vlaanderen, met Vlaamse, Franse en Waalse partners. Hoofddoel van dit project is bewustmaking van de bevolking voor bodems in het algemeen, voor erosieverschijnselen en de noodzaak bodems te beschermen als levende basis voor onze landbouw.
Verschillende acties werden ondernomen:
- Bewustmaking van het publiek, via educatieve instrumenten (brochures…), rondrijdende tentoonstellingen en begeleide bezoeken
- Bewustmaking van landbouwers voor bodembescherming en de ontwikkeling van bodemvriendelijke landbouwtechnieken, workshops, praktische handboeken…
- Evaluatie van landbouwpraktijken, op grensoverschrijdende pilootvelden
- Aanbevelingen aan de beleidsmakers om ze bewust te maken voor de erosieproblematiek en de gevolgen daarvan en voor de uitwisselingsbehoeften tussen de regio's.
Discussies
De discussie ging over de technische moeilijkheden om riviersedimenten te meten en over de interpretatie van de resultaten, aangezien meetpeilingen bijzonder gevoelig zijn voor verontreiniging. Met het oog op een efficiënt beheer van de problemen m.b.t. riviersedimenten, dient de oorsprong daarvan gekend te zijn: erosie van de oevers en de rivierbodem, en aanvoer te wijten aan bodemerosie. Het transport en de afzetting van sedimenten zijn evenwel natuurlijke verschijnselen die een aandeel hebben in het evenwicht en de dynamiek van de waterloop. In de context van een sterke menselijke beïnvloeding van onze rivieren en buitengebieden wordt dit evenwicht vaak verstoord, onder meer door een intensieve landbouw. Naast rechtstreekse curatieve maatregelen, zoals ruimingen en, zoals in Vlaanderen, het aanleggen van sedimentvangen, dient tevens een preventieve strategie te worden ontwikkeld om de landbouwerosie en aanvoer van sedimenten naar de rivieren te verminderen, met daarbij het stimuleren van een duurzame bodemvriendelijke landbouw.
- EN — Presentation ERRUISSOL and GISER Projects: Runoff and Erosion Risks Management In Wallonia (PDF - 5,1MB)
Aurore Degré (ULg, Gembloux Agro-Bio Tech) - EN — Presentation PROSENSOLS: Protégeons nos sols (PDF - 9,3MB)
Liesbet Serlet (Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu) - EN — Presentation WP2A5 & A6: Scientific research on sediment transport in some walloon tributaries of the Scheldt (PDF - 5,1MB)
Didier de Thysebaert (SPW)
Workshop 3: Afgestemd beheer van een grensoverschrijdende aquifer
In de presentaties van mw. Raya STEPHAN (consultant), dhr. Sébastien JAVOGUES (Communauté des Communes du Genevois) en dhr. Jean-Louis OLIVER (Académie de l'eau) en de discussie daarop volgend binnen de workshop zijn de volgende thema’s besproken:
In eerste instantie hebben de sprekers aangegeven dat de aanpak binnen ScaldWIN, die dynamisch, pragmatisch en procesmatig is, de goede richting uitgaat.
Er werd ook gewezen op de noodzaak tot een goede kennis van de aquifers op hydrologisch en chemisch vlak om tot gemeenschappelijk beheer te komen. Het is immers dankzij een diepgaande studie dat de Frans-Geneefse aquifer sinds ruim 30 jaar op een efficiënte grensoverschrijdende manier beheerd kan worden. Aangezien de structuur van de Frans-Belgische aquifer complexer is, zal deze studiefase waarschijnlijk langer en duurder uitvallen.
Het multidisciplinair aspect van de werkzaamheden en studies die noodzakelijk zijn voor een goede kennis en een blijvend beheer van de aquifer, verdient bijzondere aandacht. Voorts werd gewezen op het feit dat het beheer van grondwater dient samen te lopen met dat van oppervlaktewater (zoals gepresenteerd voor het geval van de gecontroleerde voeding van de Frans-Geneefse aquifer door de rivier Arve).
De sprekers gaven verder nog aan dat de Frans-Belgische aquifer als voordeel heeft volledig op het grondgebied van de Europese Unie te liggen. Zo kan men beschikken over gemeenschappelijke middelen en instrumenten die de werkzaamheden en het beheer van de grensoverschrijdende aquifers vergemakkelijken, of het nu gaat om de Europese kaderrichtlijn water of de Internationale Scheldecommissie.
Ten slotte zijn de methodologische gids voor gemeenschappelijke waterlopen, uitgewerkt door UNESCO, BRGM, Office de l'eau en Académie de l'eau die tijdens het seminarie werd voorgesteld, en de verworvenheden van het grensoverschrijdend beheer van de Frans-Zwitserse aquifer kostbare tools om de rol van de partijen te verduidelijken en vooruitgang te boeken naar een duurzaam beheer van de grensoverschrijdende aquifers van het stroomgebied van de Schelde.
- NL — Voorstelling Académie de l’Eau (PDF - 207KB)
- EN — Presentation The transboundary aquifer of the Geneva region (Switzerland and France) (PDF - 661KB)
Sébastien Javogues (Communauté de Communes du Genevois) - FR — Présentation Projet d'agglo (franco-valdo-genevois) (PDF - 8,1MB)
- EN — Presentation Towards Joint Management of Transboundary Aquifer Systems (PDF - 307KB)
Raya Marina Stephan
Workshop 4: Baten en waardering van maatregelen in het Scheldestroomgebiedsdistrict
In de workshop 'Baten en waardering van maatregelen in het Scheldestroomgebiedsdistrict' zijn we vooral geïnteresseerd in baten van maatregelen die moeilijk waardeerbaar zijn. In de workshop is daartoe het concept 'ecosysteemdiensten' geïntroduceerd. Dit concept biedt een kader om baten van maatregelen te identificeren en te waarderen.
Presentaties
Als eerste spreker heeft Jetske Bouma (IVM) het concept 'ecosysteemdiensten' toegelicht. Ecosysteemdiensten kunnen worden opgedeeld in drie type diensten, waarvan de mens baten heeft of gebruik van maakt:
- Voorzieningsdiensten (diensten die ontleend worden aan ecosystemen, zoals voedsel, hout, water)
- Regulerende diensten (klimaat, overstromingen, ziekte, waterkwaliteit)
- Culturele diensten (niet-materiële voordelen, recreatie, biodiversiteit, landschap)
Parallel met deze drie diensten zijn er de 'ondersteunende diensten' die eigen zijn aan het ecosysteem en op de achtergrond bijdragen aan de drie bovenvermelde diensten.
Het is belangrijk om de economische waarde van (watergerelateerde) ecosysteemdiensten expliciet te maken zodanig dat beleidsmakers er rekening mee kunnen houden in hun beslissingen. Waardering laat ook toe om baten te vergelijken met kosten in het kader van de disproportionaliteitsanalyse. Tot slot kan waardering aan de basis liggen van innovatieve financieringsmechanismen voor het integraal waterbeleid.
Als tweede spreker heeft Sara Ochelen (LNE) een tool geïntroduceerd waarmee ecosysteemdiensten economisch gewaardeerd kunnen worden in Vlaanderen. De tool is gebaseerd op een keuze-experiment. De tool richt zich vooral op regulerende en culturele diensten. De resultaten zijn interessant, er blijkt zowel een goede mogelijkheid om baten te waarderen als een bereidheid onder burgers om hiervoor te betalen.
Discussies
In de plenaire discussie daarop volgend werd duidelijk dat het waarderen van baten van maatregelen een moeilijke, maar belangrijke stap is bij kosten-batenanalyses. Ecosysteemdiensten kunnen ons helpen om baten van maatregelen inzichtelijk en transparant te maken voor beleidsmakers en politici. De discussie leerde dat waardering van baten ook kan resulteren in brede marges, subjectiviteit en discussie over juistheid van getallen. Er wordt ook aangegeven dat de waardering van deze baten kadert in het vergelijken van verschillende projecten om een afweging te kunnen onderbouwen en dat het niet de bedoeling is om volledig voor deze baten te betalen.
De workshop werd afgerond met een kleine schriftelijke enquête waarin alle aanwezigen een score hebben gegeven voor die ecosysteemdiensten die men als baten verwacht terug te zien wanneer de goede toestand in het Scheldedistrict bereikt wordt. Daaruit kwam naar voren dat biodiversiteit de belangrijkste ecosysteemdienst is die men als baat verwacht terug te zien.
Het concept ecosysteemdiensten lijkt een uitstekend concept om baten van maatregelen, in het bijzonder moeilijk waardeerbare baten, te identificeren en te waarderen.
- EN — Presentation Valuing the benefits of water services (PDF - 609KB)
Jetske Bouma (IVM Institute for Environmental Studies) - EN — Presentation: A Tool for Economic Valuation of Ecosystem Services in Flanders (PDF - 1,7MB)
Sara Ochelen (Flemish Ministry of Environment, Nature and Energy)